Op 3 november jl. heeft demissionair minister van VWS Jan Anthonie Bruijn vragen van Tweede Kamerleden over het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en over het Integraal Zorgakkoord (IZA) beantwoord. Een samenvatting van de gestelde vragen en de antwoorden daarop lees je hieronder.
- Arbeidsmarkttekorten en loonkloof: Diverse fracties uiten zorgen over aanhoudende tekorten aan zorgpersoneel, met name in de verpleegkundige en verzorgende functies. Er wordt gevraagd naar concrete maatregelen om het aanbod te vergroten, de loonkloof te verkleinen en meer opleidingsplekken te realiseren. De minister verwijst naar bestaande subsidieregelingen, investeringsakkoorden en een nader uit te werken lijst voor opleidingen, maar wijst op budgettaire beperkingen rond salarisverhogingen.
- Administratieve lasten: Er leven zorgen over bureaucratie en regeldruk in de zorg. Verschillende doorbraakprojecten en pilots zijn opgezet om administratietijd terug te dringen. De minister noemt actieve monitoring en inzet van digitalisering, maar onderstreept dat structurele verandering tijd vraagt. Regeldruk wordt lokaal aangepakt en ook digitaal wordt ondersteuning geboden, bijvoorbeeld via helpdesks voor digitale zorg.
- Toegankelijkheid tot zorg en eigen risico: Fracties vragen hoe zorg toegankelijk blijft, vooral voor mensen met een kleine portemonnee. De minister noemt het verlagen van het wettelijk eigen risico vanaf 2027 en inzet op proactieve zorgbemiddeling als maatregelen om financiële drempels weg te nemen. Concrete doelstellingen per maatregel zijn echter niet altijd geformuleerd.
- Digitalisering, technologie en AI: Er is aandacht voor de kansen en risico’s van digitale zorg en AI. De minister belooft kaders voor privacy en veiligheid en garandeert dat technologie niet het persoonlijke menselijk contact mag vervangen indien gewenst.
- Financiering en besparingen: Vragen over besparingen (ruim 250 miljoen in 2027, 590 miljoen in 2028) en het inzetten van transformatiemiddelen worden beantwoord met verwijzing naar monitoring, extra toezeggingen voor investeringen in arbeidsbesparende technologie en directe praktijkprojecten in de zorg.
- Wachttijden en wachtlijstinformatie: Er zijn afspraken gemaakt om wachtlijsten (m.n. in de ggz en specialistische zorg) transparanter en accuraat inzichtelijk te maken voor alle betrokkenen. Proactieve bemiddeling zou vanaf 2026 normaal worden en de ambitie in de ggz is om in 2028 hulp binnen de maximaal afgesproken wachttijd te bieden.
- Fraude in de zorg: De minister geeft aan dat structurele middelen beschikbaar komen vanaf 2027 om fraude te bestrijden en dat de Meldplicht naar het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) per 2026 verplicht wordt voor betrokken partijen.
- Rol en zeggenschap zorgverleners: Er zijn vragen en zorgen over autonomie, zeggenschap van professionals en de impact van digitale innovaties op het vakmanschap. De minister bevestigt dat bij implementatie van innovaties er gestreefd wordt naar behoud van professionele autonomie binnen de kaders van het akkoord.