Traditioneel wordt op Prinsjesdag na de troonrede van de koning de Miljoenennota en de Rijksbegroting gepresenteerd. De Miljoenennota 2026 bevat een breed pakket aan maatregelen en financiële plannen voor de zorg. Dit artikel zoomt in op de plannen die specifiek effect hebben op aanbieders van wijkverpleging en verpleeghuiszorg. Waar relevant, wordt ook het thema mantelzorg besproken, in lijn met de inhoud van de nota.
Toekomstvisie en prioriteiten voor de zorg
In het algemeen erkent de Miljoenennota dat de uitgaven voor zorg blijven stijgen, onder andere door de vergrijzing, ontwikkeling van nieuwe technologieën, toenemend gebruik door hogere inkomens, sociaal-culturele trends en een achterblijvende arbeidsproductiviteit in de sector. In 2030 wordt 126 miljard euro aan zorg uitgegeven, een stijging van 14 miljard ten opzichte van 2025. De regering benadrukt het belang van toegankelijke, betaalbare en kwalitatief goede zorg.
Ouderenzorg: investeringen en structurele afspraken
- In de Miljoenennota is het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) verwerkt. Hierin zijn extra investeringen gepland voor ouderenzorg, die relevant zijn voor aanbieders van wijkverpleging en verpleeghuiszorg.
- Het kabinet zet in op voortzetting van de onderwijskansenregeling, waarmee onder andere meer personeel beschikbaar komt en achterstanden kunnen worden aangepakt in zorg en onderwijs. Voor aanbieders betekent dit (indirect) dat er meer ruimte komt voor kwaliteit en innovatie.
- Maatregelen in de langdurige zorg worden uitgesteld of aangepast: zo gaan bepaalde tariefmaatregelen in de gehandicaptenzorg en langdurige ggz niet per 2026 in, wat tijdelijke financiële verlichting geeft voor aanbieders.
- Er worden middelen vrijgemaakt voor huisvesting en verduurzaming van vastgoed in de zorg, onder andere via de normatieve huisvestingscomponent.
Wijkverpleging
- Binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn landelijk afspraken gemaakt die mede gericht zijn op samenwerking tussen de zorg en sociaal domein, preventie en het versterken van regionale eerstelijns samenwerking. Dit raakt direct het werk en de positionering van aanbieders van wijkverpleging.
- De nota noemt extra investeringen in opleiden buiten het ziekenhuis, preventie en regionale samenwerking, waarvan aanbieders van wijkverpleging profiteren. Verder biedt het beleid ruimte voor nieuwe pilots en innovatieve vormen van thuiszorg en wijkverpleging.
- Er wordt gekeken naar remgeld (eigen bijdragen voor zorg) en het toegankelijk houden van zorg, onder meer door lastenverlichting binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw). Structurele meevallers in de Zvw worden ingezet voor lastenverlichting en dragen mogelijk bij aan minder druk op contractering en financiering van wijkverpleging.
Verpleeghuiszorg
- Het hoofdlijnenakkoord voorziet in aanvullende middelen voor verpleeghuiszorg, die vooral zijn bedoeld om de kwaliteit op peil te houden, te investeren in personeel en innovaties door te voeren.
- De nota vermeldt dat verpleeghuiszorg te maken krijgt met groeiende vraag door vergrijzing, maar dat niet alles collectief kan worden gefinancierd als voorheen. Het kabinet stuurt aan op substitutie van zorg—meer zorg thuis en minder in instellingen—waarmee wijkverpleging en zorg aan huis verder worden gestimuleerd.
- Er is aandacht voor de arbeidsmarkt in de zorg, met initiatieven gericht op het behoud en werven van personeel in onder meer de verpleeghuiszorg: structurele tekorten worden als risico benoemd.
Mantelzorg
- Mantelzorg wordt in de nota genoemd als een belangrijk onderdeel van de zorgstructuur, zeker met het oog op de vergrijzing en de wens om ouderen langer thuis te laten wonen.
- Het beleid blijft inzetten op lokale en informele netwerken, waar mantelzorgers cruciaal zijn in het ondersteunen van kwetsbare ouderen thuis. Het versterken van samenwerking tussen informele en formele zorg is een expliciet genoemd speerpunt.
- Er is vanuit de overheid aandacht voor het ontlasten en ondersteunen van mantelzorgers. Concrete financiële maatregelen worden niet apart genoemd, maar het belang van voldoende ondersteuning en preventie, met aandacht voor overbelasting en respijtzorg, wordt onderstreept.
Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)
In AZWA zijn afspraken gemaakt over investeringen in preventie, opleidingen, samenwerking tussen zorg en het sociaal domein en regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden. Die investeringen komen als volgt aan bod in de Miljoenennota:
- Investeringen in preventie (structureel 68 miljoen euro per jaar)
- Opleiden buiten het ziekenhuis (structureel 185 miljoen euro per jaar)
- Samenwerking tussen zorg en sociaal domein (structureel 371 miljoen euro per jaar)
- Regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden (structureel 70 miljoen euro per jaar
- Daarnaast is er incidenteel 400 miljoen euro per jaar (voor 2027 en 2028) beschikbaar als “doorbraakmiddelen”.
Hoe nu verder?
Na Prinsjesdag volgen de Algemene Politieke Beschouwingen op 17 en 18 september. In dit debat bespreken de fractievoorzitters de hoofdlijnen van de Miljoenennota en Rijksbegroting, waarbij de minister-president namens de regering het woord voert. Het is een belangrijk moment: hier wordt duidelijk hoe groot de steun is voor de kabinetsplannen en welke aanpassingen nodig zijn. Daarna volgen op 1 en 2 oktober de Algemene Financiële Beschouwingen, waarin Kamerleden met financiële expertise dieper ingaan op de rijksbegroting en overheidsfinanciën. Gedurende het jaar zijn er bovendien vaste controlemomenten, zoals de Voorjaarsnota, Najaarsnota en Verantwoordingsdag, waarmee de Kamer zicht houdt op inkomsten, uitgaven en de uitvoering van beleid.
Normaal gesproken behandelt de Tweede Kamer de begrotingen van de ministeries voor het kerstreces. Dit jaar is de situatie anders: door het verkiezingsreces vanaf 3 oktober en de verkiezingen op 29 oktober zal de oude Kamer maar beperkt debatteren. De inhoudelijke behandeling van de meeste begrotingen – waaronder die van VWS – verschuift naar de nieuwgekozen Kamer, die (pas) op 12 november aantreedt. Veel begrotingsdebatten schuiven daarom door naar 2026, waardoor de gebruikelijke begrotingscyclus overlapt met zowel de Najaarsnota van 2025 als de Voorjaarsnota van 2026.
Samenvatting
De Miljoenennota 2026 bevat behoorlijke investeringen in ouderenzorg, met specifieke aandacht voor samenwerking, innovatie en het versterken van zorg thuis. Voor aanbieders van wijkverpleging en verpleeghuiszorg betekent dit zowel kansen (extra middelen, meer samenwerking, ruimte voor kwaliteit) als uitdagingen (arbeidsmarkt, druk op collectieve financiering, sterkere focus op thuiszorg). Mantelzorg is integraal onderdeel van het beleid rond langer zelfstandig wonen en samenwerking in de eerstelijnszorg blijft een prioriteit, met veel nadruk op preventie en het sociale domein.
Alles over de Miljoenennota 2026, de Rijksbegroting 2026, het Belastingplan 2026 en de bijbehorende stukken lees je hier.